Ik werk niet vaak meer op blanco papier. Op de foto zie je een stapel bewerkte bladen. Met behulp van Ecoline breng ik kleur en structuur aan. Ik maak meestal een hele serie, zodat ik een voorraad heb om een idee uit te werken. Ik vergelijk het met het hebben van een atelierruimte: als ik een idee hebt, hoef ik niet eerst alles klaar te zetten of te kopen, en kan ik meteen aan de slag.

Zo heb ik ook met olieverf monoprints gemaakt, vlekken met een Japanse kwast en heb ik een stapel metalen platen een paar maanden buiten laten roesten, om ze later als bladzijde voor een boek te kunnen gebruiken.

 

In mijn werkruimte heb ik drie werktafels staan. Aan een tafel kan ik staand werken, wat soms erg handig kan zijn. Op een groot prikbord heb ik stadia van experimenten hangen, inspirerende teksten of foto's, zodat ik het vaak kan zien. 

Ik werk graag groot, A3 formaat tekenpapier gebruik ik veel. En ik maak verschillende versies van een werkstuk. Van het Bijenboekje heb ik er zeven gemaakt, waarbij ik aan iedere nieuwe versie wel iets veranderde. Zo vond ik de letter in de eerste versie iets te vet, en maakte ik dus een tweede versie met een lichter karakter.

 

Ik vind ook niet, dat alles leesbaar hoeft te zijn. Een lettervorm op zichzelf kan heel mooi zijn, maar je kunt met letters ook prima een soort borduurwerk maken, dat vaak dan niet meer (goed) leesbaar is. Echt onleesbaar is bijvoorbeeld een tekst in zelf verzonnen Latijn; het lijkt erop, maar het betekent niets.

Ik gebruik in een aantal werkstukken schrifttekens, die niet bestaan. Dat kan op Chinees lijken, maar is dan zelf bedacht. Of het is schriftsoort, die helemaal verzonnen is. Dat kan dan toch op een schrift lijken, als ik maar een basisvorm of een beweging consequent doorvoer.

 

Speels werken is belangrijk. Papier maken was heel leuk om te doen en ik had geen helder idee, waarvoor ik het zou kunnen gebruiken. Op een gegeven moment zag ik er een soort landkaart in, en dat idee ben ik gaan uitwerken. Ik maak er dan een serie van 7 van, waarvan er een paar goed zijn.

Het Chinese insect is zo ontstaan. Ik was bezig om de techniek van het marmeren te oefenen, en gooide het afvalwater met resten olieverf tegen een vel. Dat gaf een onverwacht bijzondere vorm, die ik accentueerde met Oostindische inkt om de vorm heen.

Soms loopt mijn manier van werken op niets uit. Zo heb ik een paar weken aan een illustratie gewerkt van een dorpje, dat tegen een berg aan gebouwd ligt. Maar gaandeweg bloedde het idee dood, en dan berg ik het op in een map.

 

 

 

 

 

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK